dinsdag 29 maart 2016

Vaal Stormvogeltje in het Netterdensche Broek: de eerst twitchbare voor Gelderland

en het voorkomen in Gelderland

Vaal Stormvogeltje, Netterdensche Broek, Oude IJsselstreek, 28 september 2014 (©Roel Schwartz)

Op 28 september ontdekte om 18:45 Roel Schwartz een Vaal Stormvogeltje op zijn 'local patch' bij Azewijn. Hieronder zijn verhaal.

"Op naar de Maatweg om daar tussen de groepen Kievitten te kijken of daar nog wat bijzonders tussen zit. Het aantal Kievitten is inmiddels al fors opgelopen. Helaas blijft het bij alleen Kievitten, Witte Kwikstaarten en graspiepers op de akkers ten W. van de Maatweg. Daarna loop ik via de gecreëerde doorgang naast het hek op de Maatweg om te zien of zich nog wat bijzonders voordoet op de plas. Via mijn verrekijker stuit ik eigenlijk direct op een zeer klein formaat vogel met een voor mij zeer vreemd aandoende jizz. Formaat wat volume betreft vergeleken met de omringende Wilde Eenden 1/3. Op het eerste gezicht dacht ik het lijkt wel een zieke Raceduif in juveniel kleed dat in het water is beland. Maar al snel steeg het adrenaline fors toen ik het beest met de telescoop bekeek. Ik kende het eigenlijk alleen van de Veldgidsen als een soort die ik voor Nederland ooit nog eens voor de Noordzeekust wilde twitchen. Op dat moment dacht ik het betreft hier een Stormvogeltje, de exacte veldkenmerken van de verschillende soorten had ik toen nog niet paraat. Ik wist wel dat het Vaal Stormvogeltje veel vaker wordt gemeld aan de Noordzeekust vergeleken met het Stormvogeltje. 

Daarna direct mijn broer gebeld en via de lokale Whatsapp-groep een hulpvraag ingediend met begeleiding van een paar Smartphone-opnames via de telescoop. Veldkenmerken: Gierzwaluw-achtige grondkleur en wat body betreft erg klein formaat vergeleken met Wilde Eenden. Snavel duifachtig formaat, zwart met verdikking aan de basis door zijn buisingangen (tubenose). Ook rondom het oog was de grondkleur donkerder vergeleken met de rest van het hoofd. Soort donker maskertje. De vleugels vielen op vergeleken met het kleine lichaam doordat de vleugelpunten voorbij het staartuiteinde staken. De vogel was alert, hield de omgeving goed in de gaten en wilde voornamelijk rusten volgens mij. Lag diep in het water. Lichtomstandigheden waren al matig, maar net voldoende om nog wat details waar te nemen. Waarneemafstand denk ik +/- 200 m. Na een tijdje geslapen te hebben vloog het beestje plotseling op om daarna een mooie vliegshow te geven ter grootte van een voetbalveld. Toen kon ik zien dat het beest een witte stuit toonde, tijdens vlucht geen wit waargenomen op onderkant stuit. Geen witte band op ondervleugel. De manier van vliegen was krachtig en behendig, met korte glijvluchtjes. Het deed mij wat denken aan vlucht Zwarte Sterns tijdens het voorjaar op de plas. Vleugels oogden groot vergeleken met het lichaam. Het beest vloog op ongeveer 2 a 5 m hoogte boven het water, waarna het plotseling weer inviel in het water. Daarna volgde uitgebreid poetsgedrag, draaide het lichaam en de vleugels zeer diep in het water, waarbij de witte stuit een opmerkelijk kenmerk was. Het leek wel of het beestje gebruik maakte van zijn poten om zijn lichaam dieper in het water te brengen. Daarna ging het hoofd weer in de veren en is het beestje gaan slapen.

Andere Stormvogeltjes uitgesloten: Chinees Stormvogeltje door aanwezigheid witte stuit. Wilsons Stormvogeltje doordat ik in de vlucht op de onderkant van de stuit geen wit heb waargenomen. Stormvogeltje door ontbreken dunne witte vleugelstreep op bovenvleugel en/of witte band op ondervleugel. Madeirastormvogeltje door ontbreken contrastverschil tussen masker rondom oog en mantel. De gevorkte staart heb ik in het veld door de lichtomstandigheden niet kunnen waarnemen. Ik wil hierbij iedereen nog hartelijk bedanken voor diegene die een wezenlijke bijdrage heeft geleverd tot het op soortniveau determineren van dit beest. Met name Erik, Rudie en Jelle die als tweede, derde en vierde persoon aanwezig waren en mij telefonisch ondersteund hebben om de andere soorten uit te sluiten. 

Het betreft hier een nieuwe soort voor het werkgebied AB (Nr. 237), de derde voor het werkgebied van de VWG Arnhem e.o. (vorige waarnemingen stammen uit de 19e eeuw en betreffen 11 januari 1887 te Dieren en 21 september 1899 te Groessen). Het beest van Groessen wordt als mannetje gedetermineerd?? Het is de eerst twitchbare voor GLD mits je het nog kon halen voor het invallen van de duisternis. Ook zijn dit de eerste foto's en filmopnamen van het Vaal Stormvogeltje voor GLD. Het is inmiddels de 7e nieuw ontdekte vogelsoort voor het AB dit jaar. Jammer voor alle andere vogelaars dat het beestje de volgende morgen was verdwenen, mede ook omdat er dan mooier bewijsmateriaal had kunnen worden vergaard."


De eerste twitchters bij het Vaaltje van Netterden. Met de duim omhoog ontdekker Roel Schwartz 
(©Dean Schwarz)

Gevallen in Gelderland
Voor de provincie zijn van het Vaal Stormvogeltje elf waarnemingen bekend, vijf veldwaarnemingen en zes vondsten. Deze liggen tussen 21 september en 11 januari, verdeeld over de maanden september (vier), oktober (twee), november (drie), december (een) en januari (een). Volledigheidshalve worden hieronder alle waarnemingen behandeld, incluis nog onbevestigde.
Enkele gevallen lagen in het voormalige Zoölogisch Museum te Amsterdam. Deze is later overgegaan in het NBC, Naturalis Biodiversity Center. Hier zijn, voor zover bekend, geen Vaal Stormvogeltjes uit Gelderland meer aanwezig. Waar ZMA wordt genoemd, betreffen dit dus de laatst bekende gegevens over die waarneming.
  1. 11 januari 1897 IJssel onder Dieren, Dieren, vondst. 
  2. 21 september 1899 Groessen, Duiven, ♂ geschoten. 
  3. 1 november 1924 Rekken, Winterswijk
  4. 23 november1952 IJsselmeerkust Putten, Putten, vondst, dood (Nuijen)
  5. eind oktober 1952 Vuren, Lingewaal, ♀ stervend 
  6. 28 september 1963 Nulde en Hoef, Putten, 2, langsvliegend (Beijlsmit)
  7. 6 december 1967 Arnhem, Arnhem, [ZMA, collector D. Kamsteeg]
  8. 1 november 1969 bij Strand Horst, Ermelo (G. van Dijk), 
  9. 19 oktober 1986 Arkemheen, Nijkerk  (N. van Donkersgoed & H. van Dorland e.a.)
  10. 30 september 2005 Blauwe Kamer, Wageningen,→W. (Ralf Verdonschot)
  11. 28 september 2014 Netterdensche Broek, Netterden, Oude IJsselstreek, foto (Roel Schwartz e.a.)

Een doortrekker op 29 september 1963 over het Veluwemeer is buiten beschouwing gelaten, omdat deze vrijwel zeker in de provincie Flevoland vloog (H. Niesen pers mededeling). 

Toelichting op de waarnemingen
NBC = Naturalis Biodiversity Center te Leiden
ZMA = Zoölogisch Museum te Amsterdam
Tussen [ ] zijn de literatuurverwijzingen

1) 11 januari 1897 IJssel onder Dieren, Dieren, vondst. 
Het uitgeputte ♀ dat men op 11 januari aan de oever van de IJssel onder Dieren vond werd hierna gedood en kwam vervolgens in bezit van mevrouw van Balgoijen de Jong, te Dieren. Zij verzond de vogel aan preparateur Eduard Blaauw om op te laten zetten. Zowel van Balgoijen als Blaauw maakten melding van de vondst bij Albarda. Hoewel Albarda schrijft over mevrouw Balgoijen de Jong, kan het hier mogelijk gaan om Van Ballegoijen de Jong-Warnsinck te Dieren, welke onder andere wordt genoemd in De Levende Natuur 6(10) in 1910. Of en waar deze vogel thans nog wordt bewaard is onbekend.
[Albarda 1898; Thijsse 1897]

2) 21 september 1899 Groessen, Duiven, ♂ geschoten. 
Het geschoten mannetje van 21 september 1899 in de gemeente Groessen ging ter preparatie naar Snouckaert van Schauburg. Deze werd mogelijk verkregen van Steenhuizen. Het zal hier waarschijnlijk gaan om Paul Louis Steenhuizen (1870-1940). Deze preparateur was van 1891 tot en met 1937 verbonden aan het ZMA als opvolger van H. Koller, de preparateur en verzamelaar voor Artis van de collectie van het Museum Fauna Neerlandica. [Voous 1995]. Snouckaert vermeldt in zijn vogelwaarnemingenrubriek het volgende: "Ik ontving ter praepareering een ♂ dat den 21en September in de gemeente Groessen (Geld.) is geschoten. (Steenhuizen.).
De vogel is kennelijk niet opgezet, want ontbreekt in het zgn. Kollerboek (1888), het geannoteerde collectie-registratieboek van Artis (thans in archief Naturalis); de vogel ontbreekt ook in de vogeldatabase van het ZMA [Ruud Vlek in litt]. 
[Snouckaert 1900]

3) 1 november 1924 Rekken, Winterswijk
Het Vaal Stormvogeltje van Rekken werd op 1 november 1924 'een kwartiertje buiten het dorp' levend gevangen en naar G.C. Thiecken gebracht. Omdat hij zelf de soort niet kende, zond hij verschillende gegevens naar B. Bernink (1878-1954) te Denekamp, oa bekend als oprichter van Natura Docet. Deze schreef dat het ging om 'Het Vale Stormvogeltje'.  Het is onbekend wat er na de vondst met de vogel is gedaan.
[Thiecken 1924]
Tiecken, G.C. 1924. Stormvogels in 't binnenland. De Levende Natuur 29(8): p.253

4) 23 november 1952 IJsselmeerkust Putten, Putten, vondst, dood (H. Nuyen)
Details over de vondst ontbreken. Het is onbekend wat er na de vondst met de vogel is gebeurd 
[ten Kate 1952]

5) eind oktober 1952 Vuren, Lingewaal, ♀ stervend
Details over de vondst ontbreken en het is onbekend wat er na de vondst met de vogel is gebeurd.
[ten Kate 1953]

6) 28 september 1963 Nulde en Hoef, Putten, 2, langsvliegend (Beijlsmit)
Details onbtreken tot heden
[Taapken 1963]

7) 6 december 1967 Arnhem, Arnhem, [ZMA, collector D. Kamsteeg]
Ook de vondst bij Arnhem op 6 december 1967 kent nog enige onduidelijkheid. De vogel was als alcoholpreparaat met catalogusnummer 19613 opgenomen in de collectie van het Zoölogisch Museum te Amsterdam, waarbij als locatie Arnhem wordt genoemd. De opgegeven coördinaten verwijzen echter naar een locatie onder Veghel (NBr), Omdat wordt uitgegaan van een naam op een label, en coördinaten pas later worden toegevoegd, is het aannemelijk dat de Arnhem juist is, zodat deze vogel wel is meegenomen in dit overzicht. 

8) 1 november 1969 bij Strand Horst, Ermelo (G. van Dijk) 
Deze waarneming wordt genoemd in het waarnemingenarchief van de Vogelbeschermingswacht Noord-Veluwe. Bij recente navraag over dit langstrekkende exemplaar kon de waarnemer zich deze niet meer herinneren, zodat de waarneming als onzeker wordt beschouwd. 
[Herzog 1986]

9) 19 oktober 1986 Arkemheen, Nijkerk (N. van Donkersgoed, H. van Dorland e.a.)
Over dit Vaaltje in een weiland langs de Bontepoort in Polder Arkemheen werd geschreven "Vloog zo nu en dan op. Gevorkte staart en witte snuit
[Lichtenbeld 1986]. 

10) 30 september 2005 Blauwe Kamer, Wageningen, →W. (Ralf Verdonschot)
Het exemplaar om 7:30 vanuit noord (begin Grebbeberg) over het veld vrij laag voor de enige trekteller op de telpost in het Gelderse deel van de Blauwe Kamer langs, om bij de rivier naar beneden te duiken en deze naar west te volgen. 'Echt waanzinnig mooi te zien heel anders dan boven zee, typische nachtzwaluwachtige vlucht', zo schreef Ralf.

11) 28 september 2014 Netterdensche Broek, Netterden, Oude IJsselstreek, foto (Roel Schwartz e.a.)
Het eerste twitchbare Vaal Stormvogeltje voor Gelderland werd aan het begin van de avond op 28 september 2014 gevonden door Roel Schwartz. Zo'n dertien vogelaars konden door snel te reageren die avond de vogel nog bekijken. De volgende dag hadden ruim voor zonsopgang al  diverse vogelaars post gevat, maar het Vaaltje bleek al gevlogen. Dit geval werd uitvoerig beschreven en gefotografeerd.

Op 21 oktober 2014 zag Mark Zekhuis een Vaal Stormvogeltje over de kade bij Deventer (Overijssel) vliegen. Deze locatie vlak tegen de grens met Gelderland aan.

Vaal Stormvogeltje, Netterdensche Broek, Oude IJsselstreek, 28 september 2014 (©Roel Schwartz)

De Vaal Stormvogeltjes en het weer 
In enkele gevallen zou een storm aanleiding zijn geweest voor het afdwalen naar het binnenland. Maar niet voor alle gevallen lijkt dit op te gaan. Hieronder wordt tot vier dagen voor een waarneming windsnelheid en -richting genoemd (KNMI-daggegevens). Van meetpunt IJmuiden zijn pas vanaf 1971 gegevens beschikbaar, zodat voor waarnemingen voor dat jaar de gegevens van De Kooy (Texel) zijn vermeld. Van deze post zijn data beschikbaar vanaf 1901. 
Bij de twee gevallen voor 1900 waren geen weergegevens beschikbaar, maar deze werden toegelicht in de literatuur en zijn hieronder vermeld. Omdat van de vondst van Vuren alleen een periode ('eind oktober') bekend is, worden de weergegevens van 24 tot en met 30 oktober vermeld. De waarnemingen worden chronologisch van september tot en met januari besproken. Het eerste cijfer is de gemiddelde windsnelheid, het cijfer tussen de aanhalingstekens is het maximale uurgemiddelde. De letter(s) geven de overheersende windrichting aan.


11 januari 1897 IJssel onder Dieren, Dieren
"Het diertje was blijkbaar afgemat. Daar het in de laatste weken niet had gestormd, moet men aannemen, dat het, ten gevolge van veel ijs in zee, geen voedsel heeft kunnen vinden en daarom de rivier zoover is opgevlogen"

21 september 1899 Groessen, Groessen, geschoten
"Dat deze vogel zoo diep landwaarts in is aangetroffen, zal waarschijnlijk wel een gevolg zijn van het stormachtige weder der voorafgaande dagen"


Waarnemingen Vaal Stormvogeltje in Gelderland en windomstandigheden aan de kust in de dagen er voor (Remco Wester)
windsterkteomschrijving: 3=matig, 4=matig, 5=vrij krachtig, 6=krachtig, 7=hard, 8=stormachtig

Dankwoord
Graag dank ik Roel Schwartz voor het schrijven van zijn ontdekkingsverhaal en het ter beschikking stellen van zijn foto's. Benno van den Hoek (Vogelbeschermingswacht Noord-Veluwe) hielp bij het uitzoeken van een aantal gevallen aan de Randmeren. Harm Niesen lichtte zijn waarneming toe van een geval op het Veluwemeer. Gerbert Strang gaf informatie over enkele publicaties in Het Vogeljaar. Cees Roselaar, Justin Jansen en Ruud Vlek stelden gegevens beschikbaar en gaven informatie over museumexemplaren uit onder andere het Naturalis Biodiversity Center te Leiden. 

Referenties
Albarda, H. 1898. Ornithologie van Nederland. Waarnemingen van 1 mei 1896 tot en met 30 april 1897 gedaan. Tijdschrift der Nederlandsche Dierkundige Vereeniging 2e serie deel V afl. 2, 1897 p. 55-55.
Alleyn, W.F., van den Bergh, L.M.J., Braaksma, SJ., ter Haar, Th.J.F.A., Jonkers, D.A., Leys, H.N., van der Straaten, J. 1971. Avifauna van Midden-Nederland. Van Gorcum, Assen.
van den Berg, A.B. & Bosman, C.A.W.B. 2001. Zeldzame vogels van Nederland (Avifauna van Nederland 1);  tweede herziene druk. GMB Uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/ Utrecht.
van den Bergh, L.M.J., Gerritse, W.G., Hekking, W.H.A., Keij, P.G.M.J. & Kuyk, F. 1979. Vogels van de Grote Rivieren. Het Spectrum, Utrecht.
Brouwer, P., Gorissen, R., Hagemeijer, W. & Helmer, W. 1985. Vogels van de Ooypolder. van Hoorn, Nijmegen.
Herzog,C. Vogelbeschermingswacht Noord-Veluwe. 1986.'Twintig jaar waarnemingen op de Noord-Veluwe - 1966-1985'. Anser Jubileumuitgave (25 jaar VBW). Anser okt1986_p21-27
ten Kate, G.C.B. 1952. Ornithologie van Nederland, 1951-II en 1952. Limosa 25(3): 163-163.
ten Kate, C.G.B. 1953. Ornithologie van Nederland, 1952-II en 1953. Limosa 26(3): 110-110
Kwint, N. & Sierdsema, H. 1997. Van Roze Pelikaan tot Kruisbek; bewerking van het waarnemingenarchief Vogelwerkgroep Arnhem e.o. 1970-1995. Vogelwerkgroep Arnhem, Arnhem.
Lensink, R. 1993. Vogels in het Hart van Gelderland. Vogelwerkgroep Arnhem e.o.. KNNV, Utrecht.
Leys, H., Sanders, G. & Knol, W. 1983. Avifauna van Wageningen en wijde omgeving. KNNV Vogelwerkgroep Wageningen, Wageningen.
Lichtenbeld.H.J. 1986. Veldwaarnemingen CXLVI. Het vogeljaar 34(6): 299-304
Snouckaert van Schauburg, Mr Baron R. 1900. Overzicht den voornaamste waarnemingen op Ornithoiogisch gebied, van 1 Mei 1899 tot en met 30 April 1900. De Levende Natuur 5(5-6): 101-101.
Taapken, J. 1963. Veldwaarnemingen XLIX. Het vogeljaar 11(6): 209-212
Thijsse, J.P. 1897. Uit de Vogelwereld. De Levende Natuur 2(9): 201-201
Tiecken, G.C. 1924. Stormvogels in 't binnenland. De Levende Natuur 29(8): p.253
Vogelwerkgroep Arnhem e.o. 2013. Van IJsduiker tot IJsgors. Vogelwerkgroep Arnhem e.o., Arnhem.
Voous, K.H. 1995. In de ban van vogels. Geschiedenis van de beoefening van de ornithologie in Nederland in de twintigste eeuw. Tevens Omithologisch Biografisch Woordenboek. Uitgeverij Scheffers, Utrecht.


Webreferenties
Waarneming.nl - Gelderland - Vaal Stormvogeltje
http://avi-gelderland.waarneming.nl/soort/view/343

WAARNEMINGEN EN INFORMATIE GEZOCHT
Staat ergens in uw archief of notitieboekje nog een Cetti's Zanger voor Gelderland, of heeft u aanvullende informatie over, of mooi beeldmateriaal van deze soort in de provincie? Deze zijn van harte welkom en kunt u, evenals opmerkingen of vragen, mailen aan: avifaunavangelderland@gmail.com.
_______________________________________
Bezoek ook de website Avifauna van Gelderland
http://wqd.nl/avifaunagelderland

maandag 28 maart 2016

Over het voorkomen van de Cetti's Zanger in Gelderland

Hieronder een samengevatte versie over het voorkomen van de Cetti's Zanger in Gelderland. Een uitgebreid artikel is, in samenwerking met Sovon, in voorbereiding.

Cetti's Zanger, Ooijse Graaf, Ooijpolder, Berg en Dal, ringvangst, 21 september 2015 (©Erik Ernens)

Ondanks een vrij uitgebreide beschrijving door Wim Sevinga, zowel van de zang als het kleed, van zijn Cetti's Zanger op 9 oktober 1962 aan het Wolderwijd onder Harderwijk, werd deze om nog onduidelijke redenen destijds niet aanvaard door de Commissie Nederlandse Avifauna, de voorloper van de CDNA (Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna) [Sevinga 1963]. Het zou tot 6 oktober 1968 duren voor de eerste 'Cetti's' voor Nederland de lijst op mocht, en wel door een ringvangst bij De Hoort, Cranendonck (NB).

De Cetti's Zanger werd tot 1 januari 1979 beoordeeld door de CDNA, alleen geregistreerd in 1979-1985 en weer beoordeeld vanaf 1 januari 1986 tot en met 2003. De gevallen werden niet opnieuw beoordeeld bij de uitgebreide herziening van de Nederlandse lijst [van IJzendoorn et al.1996]
Uit de diverse periodes zijn voor Gelderland de onderstaande waarnemingen bekend. 
Waar ♂ staat, wordt een zingende man bedoeld.

Tot heden voor Gelderland aanvaard door de CDNA
  1. 30 april - 13 mei 1973 Nieuwe Zuiderlingedijk, Heukelum, Lingewaal, ♂ (S.Braaksma, T.Hoogendoorn, R.Rook)
  2. 11 augustus 1973 Hummelo, Bronckhorst, ♂ (J.Coldewey)
  3. 8 mei 1975 Zuid-Lingedijk, Heukelem, Lingewaal, ♂
  4. 3 juli 1975 Zuid-Lingedijk, Heukelem, Lingewaal, ringvangst (R.Meijer)
  5. 11 december 1975 Koorenwaard, Heukelem, Lingewaal, ringvangst (G.H.J. de Kroon)
  6. 31 oktober 1976 Vuren, Lingewaal, ringvangst (R.Meijer)
  7. 15 mei 1978 Velp, Rheden, 2 (E.F.Visser)

uit de beoordelingsperiode tot 1979, niet ingediend bij de CDNA
  1. 19 mei 1974 Noordberg, Renkum, ♂ [archief VWG Wageningen]
  2. 3 mei 1975 Noordberg, Renkum, ♂ [archief VWG Wageningen]
  3. 11 juni 1975 Noordberg, Renkum, ♂ [archief VWG Wageningen]
  4. 20 augustus 1978 Vogelzang,(Hatertse Broek), Nijmegen, ♂ (D.Visser)

uit de CDNA-registratieperiode 1979-1985
  1. Juni 1979 Erfkamerlingschap, Rijnwaarden, ♂ (P.Schermerhorn, F.Sloot)
  2. 28 mei - 5 juni 1980 Zuiderlingedijk, Spijk, Lingewaal, ♂ (A.Vink)

uit de beoordelingsperiode 1986 - 2003, nooit ingediend bij de CDNA
  1. 20 april 1993 Crobsche Waard, Haaften, Neerijnen 
  2. 17 mei - 22 juni 1993 Loenense Buitenpolder, Overbetuwe, ♂ (F.Erhart)

Na de beoordelingsperiode werden waarnemingen verricht in 
  1. 2005 24 juni Leuvenheim, Brummen, ♂ (J.Pilzecker), 
  2. 2006 3 mei Juliusput, Hoevelaken, Barneveld, ♂. niet zeker
  3. 2008 1 - 6 april Kloosterwiel, Zaltbommel, Neerijnen, ♂ (A.van Hunnik) 
  4. 2010 27 & 29 maart Jezuïtenwaai, Rijnstrangen, Duiven, ♂. niet zeker 

Cetti's Zanger, Lunen, Wijchen, 1 juni 2013 (©Jolanda Wannet-Wijnbergen)

Broedvogels
Door een noordwaartse uitbreiding van het verspreidingsgebied bereikte de Cetti's Zanger ook Nederland. Bij Cranendonck (NB) werd het eerste territorium vastgesteld (3 mei - 29 juni 1969). Een eerste nest werd in 1976 bij Canisvliet, Sas van Gent, Zeeland gevonden. In 1977 werden 60 territoria vastgesteld [Boele et al 2015]. Aangezien de soort gevoelig is voor strenge winters kregen ze een ferme tik uitgedeeld in de winters van 1978/79 en rond 1985, onder andere omdat de kou tot ver in het Zuid-Europese brongebied reikte. Na een hernieuwde vestiging vanaf 2003 groeide het aantal territoria binnen enkele jaren tot honderden zingende Cetti's Zangers uit. Zo werden er voor de Biesbosch in 2010 liefst 314, in 2011 486 en in 2015 het spectaculaire aantal van 745 territoria vastgesteld. Voor heel Nederland werden in 2014 355 territoria uitgerekend, met een geschatte populatie van 600-750 [Boele et al 2016].
Zie voor een uitgebreidere bespreking de soortpagina's op de websites van Dutchavifauna en Sovon (linken, zie onder).

Cetti’s Zangers prefereren dicht (wilgen)struweel langs water. Liefst met wat modderige oevers eronder.  De Cetti’s Zanger lijkt tegenwoordig wat koudere winters beter te kunnen doorstaan. Een mogelijke verklaring daarvoor is de beschikbaarheid van voedsel in de bodem langs de oever. Dankzij de getijdewerking blijven veel oevers ook bij vorst ijsvrij en juist dat zijn pekken waar de soort graag rondscharrelt [de Jong 2015]. 

De verspreiding in Gelderland
Vanuit de Biesbosch breidt de soort zich steeds verder oostwaarts uit, en is hierbij langs de Waal, Linge en de Lek ook Gelderland binnen gedrongen. In 2011 werden zingende mannetjes vastgesteld in de Ruyterwaard bij Zuilichem, Zaltbommel (28 juni) en, opmerkelijk ver buiten het verspreidingsgebied, op 13 juni bij Barchem, Lochem. 
In 2012 werden nu onder meer zingende vogels opgemerkt bij
  1. 28 april 2012 Geldersche Toren, Spankeren, Rheden 
  2. 28 april - 10 juni 2012 Tiendweg, Heukelum, Lingewaal
  3. 11 juni - 22 juli 2012 Hondswaard, Vuren, Lingewaal

Sovon meldt voor 2012 drie territoria en voor 2013 acht. Waarschijnlijk, zeker voor 2013 en 2014 zijn de territoria onderteld door onvolledige gegevens en de wijze van uitwerking van de data. Matthias Koster (Sovon-DC Grote Rivieren) heeft voor 2015 de waarnemingen wel secuur uitgewerkt en komt voor dit jaar op 21 territoria, voornamelijk in west Gelderland. Los van het gebied in westelijk Gelderland, dat vrij direct is verbonden met de Biesbosch, hebben inmiddels ook enkele vogels zich gevestigd langs de Nederrijn tussen Elst en Doorwerth (Tollewaard, Wageningse Bovenpolder en Jufferswaard). Een enkele keer worden zingende mannetjes ver buiten het gangbare verspreidingsgebied opgemerkt, zoals van 29 mei tot en met 10 november 2013 langs de Oude Graafseweg bij Lunen, Wijchen en op 22 maart 2016 bij de Bisonbaai in de Ooijpolder. In 2013 werd op 28 augustus in de Tengnagelwaard bij Lobith een mogelijke man te kort gehoord voor een zekere determinatie. Met zijn vele met wilgen omrande waterputten in deze regio (Rijnstrangengebied) is het opvallend dat de soort zich hier nog niet gevestigd heeft. Of nog niet opgemerkt is. Een mooi voorbeeld dat dat te verwachten mag zijn is het zingende mannetje net over de grens in Duitsland bij Voorthuysen, Emmerich op 30 maart 2013.


Voorkomen Cetti's Zanger per maand volgens Waarneming.nl (bron: waarneming.nl, bekeken 29-03-2016)

Hierboven een overzicht van het voorkomen per maand van de Cetti's Zanger in Gelderland. Dit overzicht geeft qua cijfers een incompleet beeld, oa door het ontbreken van gegevens van bijvoorbeeld Sovon, het voorkomen per maand zal zeer waarschijnlijk echter niet veel afwijken

Inventariseren
De beste tijd om de Cetti's te inventariseren is van begin maart tot eind juli. Sovon hanteert hierbij de criteria voor geldige territoria de datumgrenzen 15 maart tot en met 15 juli. In geval van zang en/of balts moet er één waarneming zijn in die periode, en in totaal twee waarnemingen in de gehele periode. Voor het bepalen van territoria wordt een onderlinge afstand van 300 meter aangehouden. Het is een lastig karwei die de nodige aandacht vereist om exacte aantallen vast te stellen. Vaak worden alleen de zingende mannetjes opgemerkt (door hun verborgen leefwijze zijn paartjes vaak moeilijk vast te stellen) en deze kunnen zich onverwacht snel over honderden meters verplaatsen. Een territorium kan enkele tientallen hectares beslaan. Tegenover hun opvallende zang staat weer het nadeel dat mannetjes langdurig (uren..) zwijgzaam kunnen zijn. Ringvangsten onder meer in de Ooijpolder (3 september 2014 en 21 september 2015) en bij Elburg (18 en 23 september 2014) laten een bredere verspreiding zien dan alleen de bekende broedgebieden. Ongepaarde mannetjes, en mannetjes waarvan het vrouwtje broedt, zingen ook 's nachts. In de winter is de zang ook te horen, doch niet vaak. 

Cetti's Zanger, Ooijse Graaf, Ooijpolder, Berg en Dal, ringvangst,
3 september 2015 (©Bram Ubels)

Buiten broedtijd
De Cetti's Zanger is in alle maanden in Gelderland waargenomen. In de winter is het aantal waarnemingen zeer beperkt, ongetwijfeld door de weinige zangactiviteit en de verborgen leefwijze. Ze hebben vaak het karakter van een standvogel en hoewel ze in aantal terug kunnen zakken na strenge en sneeuwrijke winters lijken ze deze in de afgelopen jaren beter te hebben doorstaan. Zelden worden in de winter Cetti's Zangers vastgesteld ver buiten de broedgebieden in Gelderland.

Geluid
Is de zang goed gehoord, dan is determinatie vaak geen probleem. Maar het komt regelmatig voor dat vogels zich net niet goed en te kort laten horen. Diverse keren bleek verwarring te zijn opgetreden met bijvoorbeeld fragmenten van de zang van bijvoorbeeld Winterkoning, Zanglijster of Rietgors. Op 9 juni 1993 imiteerde in de Crobsche Waard bij Haaften een Blauwborst perfect een Cetti's

Dankwoord
Sovonmedewerker Arjan Boele wil ik hartelijk danken voor de medewerking vanuit Sovon met het verstrekken van gegevens en het uitzoeken van enkele gevallen. Matthias Koster wil zeer danken voor het bespreken van aantallen territoria en andere onderwerpen over de soort. Fokko Erhart was zeer behulpzaam bij het uitzoeken van de gevallen uit 1993. Erik Ernens, Jolanda Wannet-Wijnbergen en Bram Ubels dank ik hartelijk voor het mogen gebruiken van hun foto's bij dit stuk
(tekst: Remco Wester, 26 maart 2016)

Cetti's Zanger, Ooijse Graaf, Ooijpolder, Berg en Dal, ringvangst,
21 september 2015 (©Erik Ernens)

Literatuur
Anonymus. 2013. Cetti's Zanger Cettia cetti. P265 in: Vogelwerkgroep Arnhem e.o. 2013. Van IJsduiker tot IJsgors. Vogelwerkgroep Arnhem e.o., Arnhem.
Beijersbergen, J., Verholt, W. & Visser, J. 1969.  Nieuwe waarnemingen van Cetti. Limosa 42(3): 234-235
van den Bergh, L.M.J., Gerritse, W.G., Hekking, W.H.A., Keij, P.G.M.J. & Kuyk, F. 1979. Vogels van de Grote Rivieren. Het Spectrum, Utrecht.
Boele, A., van Bruggen, J., van Dijk, A.J., Hustings, F., Vergeer, J.W., Ballering, L. & Plate, C.L. 2013. Broedvogels in Nederland in 2011. Sovon-rapport 2013/01. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
Boele, A., van Bruggen, J., Hustings, F., Koffijberg, K., Vergeer, J.W. & Plate, C.L. 2014. Broedvogels in Nederland in 2012. Sovon-rapport 2014/13. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
Boele, A., van Bruggen, J., Hustings, F., Koffijberg, K., Vergeer, J.W. & van der Meij, T. 2015. Broedvogels in Nederland in 2013. Sovon-rapport 2015/04. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
Boele, A., van Bruggen, J., Hustings, F., Koffijberg, K., Vergeer, J.W. & van der Meij, T. 2016. Broedvogels in Nederland in 2014. Sovon-rapport 2016/04. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
van Diermen, J., Erhart, F. & Schoppers, J. 1995. Broedvogelinventarisatie Gelderland 1993. Rivierenland, Midden-Achterhoek, ZW-Arkemheen. Provincie Gelderland, dienst RWG, Arnhem
van Dijk, A. J., Hustings, F., Sierdsema, H. & Verstrael, T. 1997. Kolonievogels en zeldzame broedvogels in Nederland in 1992-93. Limosa 70(1): 11-26
de Jong, A. 2015. Cetti’s Zanger enorm toegenomen in de Biesbosch. Nieuwsbericht SOVON-website 30 oktober 2015 [link]
ten Kate, C.G.B. 1964. Ornithologie van Nederland, 1962. Limosa 37(1): 19 - 57.
de Kroon, G.H.J. 1976. Over vangsten van Porceleinhoentjes, een Cetti's zanger en Waterpiepers. De Levende Natuur 79(6): 140-143
Lehaen, H. 1969. Vangst van Cetti. Limosa 42(1) : 110 - 113. 
Lensink, R. 1993. Vogels in het Hart van Gelderland. Vogelwerkgroep Arnhem e.o.. KNNV, Utrecht.
Leys, H., Sanders, G. & Knol, W. 1983. Avifauna van Wageningen en wijde omgeving. KNNV Vogelwerkgroep Wageningen, Wageningen.
Moerbeek, D J, Winkelman, J E & de Heer, P. 1987. Zeldzame en schaarse vogels in Nederland in 1985. Limosa 60(1): 21-30
Scharringa, C.J.G. & Osieck, E.R. 1978. Zeldzame vogels in Nederland 1976. Limosa 51(3): 137 - 146.
Scharringa. C.J.G. & Osieck, E.R. 1980. Zeldzame vogels in Nederland 1978. Limosa 53(1): 27 - 33.
Scharringa, C J G & Osieck, E R. 1982. Zeldzame en schaarse vogels in Nederland in 1981. Limosa 55(4): 125-138
Sevinga, W. 1963. Waarneming van Cetti's Zanger (cettia cetti) aan de llsselmeerkust te ermelo. Limosa 36(1): 118-120
Tekke, M.J. 1974. Het voorkomen van de Cettis Zanger, Cettia cetti, in Nederland van 1968 t/m 1973. Het vogeljaar 22(3): 780-781
Tekke, M.J. 1975. Ornithologie van Nederland 1973. Limosa 48(1): 113-113
Tekke, M.J. 1977. Ornithologie van Nederland 1974 en 1975. Limosa 50(1): 34-60
Teixeira, R.M. 1979. Atlas van de Nederlandse Broedvogels. Natuurmonumenten, ‘s Graveland.
van de Ven, F. 2010. Waarneming Cetti’s Zanger in Jezuïtenwaai. Vlerk 27(3): 89-90
van IJzendoorn, E.J., van der Laan, J. & CDNA. 1996. Herziening Nederlandse Avifaunistische lijst 1800-1979: tweede fase. Dutch Birding 18(4): 157-202

Webreferenties
Dutchavifauna.nl - Cetti's Zanger (bekeken 26 maart 2016): 
SOVON - Cetti's Zanger:  
Waarneming.nl - Cetti's Zanger - Gelderland: 


WAARNEMINGEN EN INFORMATIE GEZOCHT
Staat ergens in uw archief of notitieboekje nog een Cetti's Zanger voor Gelderland, of heeft u aanvullende informatie over, of mooi beeldmateriaal van deze soort in de provincie? Deze zijn van harte welkom en kunt u, evenals opmerkingen of vragen, mailen aan: avifaunavangelderland@gmail.com.
_______________________________________
Bezoek ook de website Avifauna van Gelderland

maandag 21 maart 2016

Wie graaft zal vinden

Daar is tie weer even, de Griel. Op dit moment ben ik allerlei verzamelde waarnemingen uit Gelderland aan het 'opwaarderen'. Dat houdt in, door contact te zoeken met waarnemers zoveel mogelijk extra informatie boven water zien te krijgen dan alleen in de literatuur vermeld staat.

Zo is er van een Griel in de Maneswaard bij Opheusden in 1987 alleen een eenregelig vermelden bekend uit de Avifauna van Wageningen [Leys et al 1993]. Na lang zoeken via allerlei contacten, verkreeg ik een mailadres van de waarnemer, H. de Wilde. De beste man is nu 85 jaar, maar mij was verteld dat hij nog een goed geheugen heeft. Vanochtend vond ik tot mijn grote vreugde ineens een mail in de inbox. Zulke verhalen wil ik jullie niet onthouden. Dit is waar ik het voor doe!

(overigens is er ook een Griel boven water gekomen van 5 juni 1949 bij Doesburg, door Herman Leys. Eveneens (nog) maar een regel uit zijn dagboek van bekend, maar iemand die vele Grielen in die jaren in de duinen heeft gezien. Uiteraard zal ik proberen ook zijn verhaal te verkrijgen...)
Waarnemingen Griel in Avifauna van Wageningen [Leys 1993]

Het verhaal door Hans de Wilde over zijn Griel bij Opheusden:
_____
"Verrassend om nog vragen te krijgen over een waarneming van bijna dertig jaar geleden en opvallend hoe helder die gebeurtenis mij nu nog voor de geest staat. Maar aantekeningen ervan heb ik niet. Op de bewuste negende mei 1987, ’s ochtends omstreeks negen uur vermoed ik, was ik met mijn destijds 15 jaar oude zoon op zoek naar kuikens van kievit en grutto in de uiterwaarden van de Rijn in het kader van het zogenaamde “snaveltjes onderzoek” van Beintema, gericht op het leggen van een verband tussen de lengte van de snavel en de leeftijd van het bijbehorende kuiken. Het was die ochtend behoorlijk heiig, maar toch met ruim voldoende zicht. Bij het met de kijker afzoeken van een recent ingezaaide maisakker vloog op een afstand van naar schatting c. 100 m de vogel plotseling op en verdween laagvliegend en eenzaam naar de rivier richting Wageningen. Ik heb de vogel nauwelijks aan de grond gezien maar het vleugelpatroon en gedrag van een (op)vliegende Griel zijn zo karakteristiek dat verwarring met een andere soort in dit geval uitgesloten is. Ik teken hierbij aan dat ik ook dertig jaar geleden de Griel al goed kende van talloze waarnemingen in Griekenland, Frankrijk, Spanje en Portugal. Mijn verbazing daar op die plek en op dat moment een Griel te ontmoeten herinner ik me nog heel goed. De waarneming vond plaats in SOVON blok 39-37-13, met de coördinaten: 51° 56’ 32” N x 5° 38’ 20” O. Ik heb de vogel minder dan een minuut in de kijker gehad en fotografisch is niets vastgelegd. In mijn aantekenboekje staat op die datum alleen “GRIEL!”. Ik zou het leuk vinden te horen als ook andere waarnemers de vogel omstreeks die datum in Gelderland hebben gezien. Voor mij persoonlijk is het de enige waarneming van een Griel in Nederland, hoewel in mijn prille jeugd de soort nog regelmatig gebroed moet hebben in de duinen bij Bergen (N.H.)."

Literatuur
Leys, H., Sanders, G. & Knol, W. 1993. Avifauna van Wageningen en wijde omgeving. KNNV Vogelwerkgroep Wageningen, Wageningen.

woensdag 16 maart 2016

De IJslandse Grutto: linken naar artikelen en sites over herkenning.

IJslandse Grutto, adult zomerkleed, Bergerden, Huissen, Lingewaal,
15 april 2014 (©Alexander Welle)
Gezien de tijd van het jaar, ze trekken weer door de provincie nu, ben ik de IJslandse Grutto voor Gelderland onder de loep aan het nemen. Omdat herkenning van deze ondersoort (nog) niet iedereen even gemakkelijk ligt, heb ik een paar artikelen en websites daarover op een rij gezet. 

Hopelijk worden jullie hierdoor getriggerd om net iets beter die Grutto's in de buurt te bekijken. Voor de liefhebber is er wat stevigere kost met het artikel van Krijn et al 2014. Dit gaat over simpel gezegd de mogelijkheid of de IJslandse Grutto nu een ondersoort, of een zelfstandige soort zou kunnen zijn.
Voer je waarneming aub zo secuur (aantal, kleed, waarneemomstandigheden, bijzonderheden) mogelijk in op waarneming.nl, liefst met foto's en mijn dank zal groot zijn. Tref je een geringde (IJslandse) Grutto, meld dit dan ook zo nauwkeurig mogelijk bij je waarneming. Kies hierbij aub voor de activiteit '(kleur)ring dragend. 

Ik hou me van harte aanbevolen voor artikelen over de IJslandse Grutto, vooral over de herkenning er van, en het voorkomen in Gelderland. Ook is informatie over geringde IJslanders zeer welkom, evenals goede foto's van alle kleden.(info en foto's alleen voor Gelderland!)
Binnenkort zal een uitgebreider artikel over het voorkomen in Gelderland op deze pagina verschijnen.


Literatuur
-Knox, C.G. 2010. Black-tailed Godwits: Sub-Specific Identification & Status in the County. Northumberland & Tyneside Bird Club.
-Krijn B. Trimbos, Camiel Doorenweerd, Ken Kraaijeveld, C. J. M. Musters, Niko M. Groen, Peter de Knijff, Theunis Piersma, Geert R. de Snoo. 2014. Patterns in Nuclear and Mitochondrial DNA Reveal Historical and Recent Isolation in the Black-Tailed Godwit (Limosa limosa)
-van Scheepen, P. & Oreel, G.J. 1995. Herkenning en voorkomen van IJslandse Grutto in Nederland. Dutch Birding 17(2): 54-64

Websites
-Adri de Groot, De vogeldagboeken van - 19 maart 2013 - Limosa of islandica
-van der Veen, F. Grutto's en "IJslanders" op het weilandje van Geijsel
-Waarneming.nl - IJslandse Grutto (zie ook 'foto's' rechts in menu)



IJslandse Grutto, adult zomerkleed, Bergerden, Huissen, Lingewaal,
15 april 2014 (©Alexander Welle)
Dankwoord
Vanaf deze plek dank ik Alexander Welle hartelijk voor het mogen gebruiken van zijn zeer fraaie foto's voor dit stuk en de Avifauna van Gelderland!

(tekst: Remco Wester, 16 maart 2016)

WAARNEMINGEN EN INFORMATIE GEZOCHT
Staat ergens in uw archief of notitieboekje nog een IJslandse Grutto voor Gelderland, of heeft u aanvullende informatie over, of beeldmateriaal van deze soort in de provincie? Deze zijn van harte welkom en kunt u, evenals opmerkingen of vragen, mailen aan: avifaunavangelderland@gmail.com.
____________________________________ ___
Bezoek ook de website Avifauna van Gelderland

dinsdag 15 maart 2016

De Noordse Nachtegaal Luscinia luscinia in Gelderland.

Over het voorkomen in de provincie 
Noordse Nachtegaal, 1kj, De Meintjes, Terwolde, Voorst, 22 augustus 1999, ringvangst. Scan van dia (©Rob Versteeg)
Met vijf van de 72 aanvaarde gevallen voor Nederland heeft de Ooijpolder liefst zeven procent van de Noordse Nachtegalen in huis gehad. Deze nachtegaal met zijn fraaie luide zang werd tot en met 2011 door de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA) beoordeeld. Alleen waarnemingen met goede foto of een geluidsopname (om gewone Nachtegaal zeker uitgesloten te hebben) komen in aanmerking voor aanvaarding door de CDNA. Bij de onderstaande acht in Gelderland was dat het geval 
(zang= zangopname)

aanvaard
  1. 18 mei - 12 juni 1980 Groenlanden, Ooijpolder, Berg en Dal, ♂ zang (B. Nolet e.a.) 
  2. 18 - 19 mei 1997 Oude Waal, Ooijpolder, Berg en Dal, ♂ zang (J. Jansen, P. Palmen)
  3. 15 mei - 5 juni 1999 Groenlanden, Ooijpolder, Berg en Dal, ♂zang (A. Vink, H. Vink-Slotboom, W. Wiegant, W. Janssen)
  4. 22 augustus 1999 De Meintjes, Terwolde, Voorst, 1e kj, ringvangst (J W Vlottes, R C L Versteeg, G J van Weess)
  5. 11 mei - 1 juni 2003 Groenlanden, Berg en Dal, ♂ zang (J. van Bruggen, D. Groenendijk e.a,
  6. 19 mei - 12 juni 2009 Leuvenheim, Brummen, ♂ zang (Bob Coenen eva)
  7. 11 mei - 15 juni 2010 Meinerswijk, Arnhem, ♂ zang (D. Rensen e.a.) 
  8. 23 -28 mei 2010 Groenlanden, Berg en Dal, ♂ zang (E. van Winden e.a.)
Vier zingende mannetjes kunnen volgens CDNA-criteria niet worden geteld, omdat een zangopname of foto ontbreekt. Misschien dat die ooit nog opduiken...
  1. 22 - 23 mei 1981 Groenlanden, Ooijpolder, Berg en Dal
  2. 22 mei - 2 juni 1984 Groenlanden, Ooijpolder, Berg en Dal
  3. 2 mei 1993 Millingerwaard, Ooijpolder, Berg en Dal
  4. 25 mei - 8 juni 2004 Loenensche Middelwaard, Rheden

Geringd
Twee keer belandde in Gelderland een Noordse Nachtegaal in een ringersnet, opvallend genoeg beide in 1999. De man van de Groenlanden kon op 27 mei door Holmer Vonk met een klapnetje worden gevangen en geringd. Een dikke drie maanden later, op 22 augustus, vloog een jonge man in het net van de CES-locatie in de Meintjes bij Terwolde. Dit zijn op dit moment het 8e en 9e ringgeval in Nederland

Niet aanvaard
Er is een waarneming niet aanvaard door de CDNA. Een nachtegaal die 27 april 1990 bij Gorssel op de foto ging en als Noordse aangemeld werd haalde het niet, omdat een gewone Nachtegaal niet uitgesloten kon worden

Dankwoord
Mijn dank is groot naar Rob Versteeg die mij zijn unieke foto ter beschikking stelde voor de Avifauna van Gelderland!
(tekst: Remco Wester, 15 maart 2016)

Webreferenties
Dutchavifauna.nl - Noordse Nachtegaal: http://www.dutchavifauna.nl/species/noordse_nachtegaal
Waarneming.nl - Gelderland - Noordse Nachtegaal
http://avi-gelderland.waarneming.nl/soort/view/1053

Literatuur
Diverse waarnemingenrubrieken in Dutch Birding 
Coenen, B. 2009. Bijzondere vogelervaringen: mei 2009. Vlerk 26(4): 142-144
Schoppers, J. 2004. Noordse Nachtegaal Luscinia luscinia in de Lamme IJssel in 2004. Vlerk 22: 93-94
Schoppers, J. 2006. Naschrift bij artikel: Noordse Nachtegaal Luscinia luscinia in de Lamme IJssel in 2004. Vlerk 23(2): 78-78
van Turnhout, C. 2000. Territoriale noordse nachtegaal in de Groenlanden in 1999. Mourik 26(1): 20-21


WAARNEMINGEN EN INFORMATIE GEZOCHT
Staat ergens in uw archief of notitieboekje nog een Noordse Nachtegaal voor Gelderland, of heeft u aanvullende informatie over, of beeldmateriaal van deze soort in de provincie? Deze zijn van harte welkom en kunt u, evenals opmerkingen of vragen, mailen aan: avifaunavangelderland@gmail.com.
__________________________________________________
Bezoek ook de website Avifauna van Gelderland

zaterdag 12 maart 2016

Blauwvleugeltaling Rammelwaard, Voorst, januari 2016 AANVAARD

derde geval voor Gelderland 
Blauwvleugeltaling, adult ♂,Rammelwaard, Voorst, 15 januari 2016
(©Rob Zweers)
De adulte man Blauwvleugeltaling die Adri Mulder 10 januari 2016 ontdekte tijdens een rondje vogelen in de Rammelwaard bij Voorst is aanvaard door de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA). Dit betekent het derde aanvaarde geval voor Gelderland
Nadat de waarneming van Adri bekend werd, kon diezelfde middag een vijftiental vogelaars de eend nog tot ver in de schemer in de kijker krijgen. De volgende dag bleek hij verdwenen, en ook de dagen er na bleven meldingen uit. In de namiddag van 14 januari dobberde hij ineens weer op de plas en liet zich nu zien tot en met de 18e.
Voor Nederland zijn tot heden 39 gevallen aanvaard door de CDNA. Dit is dus het 40e geval voor het land, en de derde voor januari. Eerdere vogels in deze maand werden gezien in 1956 (geen exacte datum) bij Heusden (NB) en op 22 januari bij Velsen (NH)

Gevallen Gelderland
Dit is het derde geval voor de provincie Gelderland zijn. Twee eerdere werden vrij 'kort' na elkaar ontdekt: bij de Rijkerswoerdse Plassen onder Arnhem op 9 april 1998 (V. de Boer e.a.) en van 24-28 april 1999 in de Fraterwaard bij Doesburg (M. Gal e.a.)
Ben benieuwd wanneer de Kleine Topper van Harderwijk (27-30 januari 2015) wordt aanvaard. Die circuleert al heel wat langer bij de CDNA én betekent een nieuwe soort voor Gelderland!

Rob Zweers dank ik hartelijk voor het gebruik van zijn foto

(tekst: Remco Wester, 12 maart 2016)

Webreferenties
Avifauna van Gelderland - Blauwvleugeltaling: 
Waarneming.nl - Blauwvleugeltaling - Gelderland 
Dutchavifauna.nl - Blauwvleugeltaling: http://www.dutchavifauna.nl/record/33241

WAARNEMINGEN EN INFORMATIE GEZOCHT
Staat ergens in uw archief of notitieboekje nog een Blauwvleugeltaling voor Gelderland, of heeft u aanvullende informatie over, of beeldmateriaal van deze soort in de provincie? Deze zijn van harte welkom en kunt u, evenals opmerkingen of vragen, mailen aan: avifaunavangelderland@gmail.com.
__________________________________________________
Bezoek ook de website Avifauna van Gelderland

woensdag 9 maart 2016

Kraanvogels passeren massaal, vooral Oost-Nederland verwend!

Kraanvogels over 't Zuuk, Epe, 9 maart 2016 (©Jan Borst)

Wie vandaag in het oosten van Nederland regelmatig een oog op de lucht gericht had, kon verwend worden met één of meer groepen Kraanvogels. En het gíng los zeg! Over Limburg trokken duizenden Kraanvogels, telpost Oelemars in Twente zette een onwaarschijnlijk strak telpostrecord neer met een ongekend aantal van 10.641 exemplaren! (een fraai filmpje is hier te zien https://www.youtube.com/watch?v=PkCJaOpWRqw&feature=youtu.be
Later op de dag zorgde de zuidoostenwind er voor dat ook zuidwest en midden-Nederland groepen Kraanvogels door het luchtruim kregen.

Tot in de avond bleven groepen doorkomen. Diverse berichten melden groepen Kraanvogels die in de avond naar de grond kwamen, zodat het ook morgen kan lonen om een oog voor de lucht te bewaren!

Jan Borst uit Zuuk, Epe (Gld) kreeg er vandaag ook 34 over zijn huis en maakte deze mooie bovenstaande foto 

(tekst: Remco Wester, 9 maart 2016)

Webreferenties


WAARNEMINGEN EN INFORMATIE GEZOCHT
Heeft u nog Kraanvogels in Gelderland ergens in een notitieboekje staan, voer ze dan alsnog in op waarneming.nl. Probeer hierbij zo accuraat mogelijk de details te vermelden als tijdstip en vliegrichting. Hierdoor is een vergelijk met andere meldingen mogelijk
Alle informatie, beeldmateriaal of documentatie over deze soort is zeer welkom! Deze kunt u, evenals opmerkingen of vragen, mailen aan: avifaunavangelderland@gmail.com.
____________________________________
Bezoek ook de website Avifauna van Gelderland