dinsdag 1 september 2015

Reconstructie waarnemingen groep Vale Gieren 28 en 29 juni 2015 op Hoge Veluwe

Vale Gier, Vosselt, Uddel, Apeldoorn, 29 juni 2015 (©Marcel Schoumans)
Met behulp van de beschikbare waarnemingen ben ik nu aan het puzzelen met de groep Vale Gieren die eerst bij Terlet tussen de zweefvliegtuigen cirkelde, en later overnachtte in het bosgebied 'Slicht' bij Uddel.

Door beschrijvingen en tijdstippen bij waarnemingen rijst het vermoeden dat het aantal Vale Gieren hoger zou kunnen liggen dan de vaak opgegeven 34 a 35, namelijk 38 exemplaren.Om duidelijkheid te verkrijgen daarom een paar vragen. Genoemde tijdstippen werden vermeld bij waarnemingen. Hierbij moet bedacht worden, dat dit tijdstip (vaak) het moment van invoer op de telefoon is, en niet het moment van een actie door de gieren. Tussen eerste en tweede tijd kan soms een half uur verschil zitten! Dit maakt een reconstructie dan ook ietwat lastig, helemaal bij vergelijking van álle waarnemingen op de Veluwe in de ochtend van 29 juni. Hieronder gaat alleen over de slaapplek bij Uddel. Drie 'aparte' aantallen, of onduidelijk gerommel in één groep?

09:28u groep van vier vliegt op. Één vertrekt echt →ZO (door waarnemers voor deze vogel ook NO, NNO, NW, Z en ZO vermeld!). De overige drie landen weer en vertrekken later met de grote groep. Om 10:14u één boven Kootwijkerzand waargenomen.
10:15u groep van 33 vliegt op →Z/ZW afvliegend. Om 10:59u echter 35 gemeld boven Kootwijkerzand →ZW. Vogels hier weer samengekomen? Of aantallen niet juist geteld?
10:40u Toen grote groep gieren en meeste vogelaars weer vertrokken waren, vlogen rond 10.40 nog vier vogels omhoog uit het bos. Nieuwe, of vogels die ongezien eerder weer waren gaan zitten? 3 van de 4 vertrokken →ZW. Wat deed de 4e vogel?

Dank aan Jorrit Vlot voor nadere details over de eerste vier vogels 
(tekst Remco Wester, 1 september 2015)

(foto: een deel van de grote groep Vale Gieren, thermiekend hoogte winnend. Marcel Schoumans, Uddel, Apeldoorn, 29 juni 2015. bron: Waarneming.nl)

woensdag 12 augustus 2015

De Waterrietzanger in Gelderland

Het 'Bokje' onder de rietzangers: algemener dan gedacht?
Waterrietzanger, 1kj (links), met Rietzanger, Ooijse Graaf, Berg en Dal, ringvangst, 11 augustus 2013 (©Bram Ubels)
Het beperkte voorkomen per jaar, namelijk enkele weken tijdens de najaarstrek, en zijn vaak verborgen leefwijze in specifieke, vaak lastig te overziene habitats, lijken de reden voor de weinige veldwaarnemingen van de Waterrietzanger in Gelderland. Ringvangsten doen echter vermoeden dat deze soort meer doortrekt dan gedacht. Gerichte en intensieve zoekacties in geschikt habitat zouden in augustus wel eens lonend kunnen zijn. De Waterrietzanger werd door de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA) geregistreerd tot 1 januari 1977 en beoordeeld van 1977 tot en met 1992. Vanaf 1 januari 1993 vindt beoordeling plaats door onder andere Waarneming.nl. De gevallen van vóór 1980 werden bij de herziening van de Nederlandse Avifaunistische Lijst in 1996 niet opnieuw beoordeeld. Door het Vogeltrekstation opgegeven ringvangsten in 1989-1992 werden automatisch aanvaard, niet ingediende ringvangsten in 1977-1988 worden niet vermeld op Dutchavifauna.nl. Vanuit de verwachting dat determinatie in de hand tegenwoordig geen probleem zal zijn, worden vanaf 1 januari 1993 ringvangsten automatisch goedgekeurd en opgenomen in de Avifauna van Gelderland.

Waarnemingen
Tot heden zijn voor Gelderland 57 waarnemingen bij elkaar gesprokkeld, liggend tussen tussen 9 april en 22 september. Uiteraard zoeken we verder, in archieven van onder andere Sovon en het Vogeltrekstation zal ongetwijfeld nog onbekende data zitten. Van de 57 zijn er 37 aanvaard en 20 niet beoordeeld. Een uitwerking van waarnemingen per maand is als volgt: april (3), mei (3), juni (2), juli (2), augustus (36) en september (11). Splitsing van piekmaand augustus in decades laat het volgende zien: eerste decade (13), tweede (18) en derde (5). De afname eind augustus gaat over in een rustige eerste septemberdecade, waarna de tweede decade een flinke opleving kent. Hier moet echter rekening worden gehouden met ringersinspanning. Een regelmatige werkwijze levert een ander doortrek- of voorkomenspatroon op, dan wanneer af en toe, of tijdelijk zelfs niet wordt geringd. 

De eerste, en tweede Waterrietzanger voor Gelderland werden op 13 juni 1911 bij Wageningen ontdekt door G. Wolda. Pas op 6 augustus 1927 volgde de tweede, nabij Empe, Voorst. De ringvangst van 11 augustus 1977 bij Pannerden, Rijnwaarden is het eerste door de CDNA aanvaarde geval voor Nederland. De aantallen in Gelderland lijken, in landelijke navolging, jaarlijks te kunnen schommelen, maar soms werden ze ook jaren achtereen gezien, zoals van 1958-1960 (met in '59 drie waarnemingen), 1976-1979, 1986-1993 en 2010 tot en met 2015. De vroegste trekker zat op 9 april 1960 bij de Noordberg onder Renkum. De laatste van het jaar hing 22 september 1989 in een ringersnet bij Hoophuizen.

Broedvogels
Er zijn voor Gelderland twee jaren met territoriale of waarschijnlijk broedende vogels. Bij de eerste, vanaf 13 juni 1911 in het Binnenveld bij Wageningen (zie boven), dacht G. Wolda in eerste instantie aan een paar, hoewel beide vogels zongen. Later hield hij het op twee mannetjes, die elk een Zegge-veld bezetten tussen de Slag- en de Veensteeg. Van het duo, inmiddels gezien door meerdere personen, bleek op 14 augustus er een spoorloos, waarschijnlijk door het vroegtijdig maaien van zijn veld. De ander bleef territoriaal tot de dag dat ook zijn zeggeveld werd gemaaid, 12 september, om daarna eveneens te verdwijnen. Een schets door G. Wolda van een van de vogels staat in De Levende Natuur 17(4): 79-83. De tweede melding komt uit de Ooijpolder. Langs het Meertje nam A. Daanje op 14 juni 1931 twee rietzangers waar, die hij determineerde als Waterrietzanger. Uit het gedrag, de datum en het soort biotoop meende hij dat het zeer waarschijnlijk om een broedgeval ging. Opmerkelijk is een melding van mei 1952, genoemd in de Avifauna van Midden-Nederland. In die maand zouden "regelmatig langs de Linge bij Spijk" Waterrietzangers zijn gezien. Nadere details ontbreken helaas echter.

Ringonderzoek
Een regelmatiger voorkomen in Gelderland dan vermoed, lijkt gesterkt door de 31 ringvangsten van 34 vogels,, verdeeld over juli (1), augustus (26) en september (4). Stuwing door de brede Randmeerwateren zal een reden zijn dat het zwaartepunt met 26 van de 31 vangsten in Gelderland bij de ringbanen langs het Veluwemeer ligt: negentien in de Korte Waarden bij Elburg, vijf ten noorden van Elburg langs het Drontermeer, twee bij Hoophuizen langs het Veluwemeer en één bij Nijkerk (31 augustus 1968). De overige vier ving men in de Rijnstrangen (11-08-1977 en 01-09-1978), de Ecodelta bij Doesburg (06-08-2011) en de Ooijse Graaf in de Ooijpolder (11-08-2013). Uit het voorjaar zijn geen ringvangsten bekend.

Dankwoord
Een woord van dank richt ik hier graag aan Benno van den Hoek van Vogelbeschermingswacht Noord-Veluwe, die van mij regelmatig allerlei vragen over het VBW-archief, ringvangsten en andere waarnemingen op zich af krijgt. En telkens levert zijn medewerking weer interessante en waardevolle informatie, nuttige correcties en bruikbare tips op. Zo ook over de Waterrietzanger.
Graag dank ik Bram Ubels voor het mogen gebruiken van zijn foto!

(tekst: Remco Wester, 12 augustus 2015)


WAARNEMINGEN EN INFORMATIE GEZOCHT
Heeft u nog een Waterrietzanger in Gelderland ergens in een notitieboekje staan, of heeft u weet van mogelijk nog onbekende waarneming(en)? 
Alle informatie, beeldmateriaal of documentatie over deze soort is zeer welkom! Deze kunt u, evenals opmerkingen of vragen, mailen aan: avifaunavangelderland@gmail.com.
____________________________________
Bezoek ook de website Avifauna van Gelderland 

dinsdag 11 augustus 2015

De Grote Stern in Gelderland

Grote Stern, adult, overvliegend, de Meeuwseacker, Nijmegen, 24 juli 2014 (©Tom van den Berge)
Historie
Over de Grote Stern in Gelderland in het historisch verleden weten we op dit moment nog niet zo heel veel. Hiervoor zal niet alleen bekende literatuur verder doorgespit moeten worden, ook zullen in werkgroeparchieven en dagboeken waarschijnlijk de nodige onbekende waarnemingen staan De eerste bekende waarneming voor de provincie dateert 'pas' van 22 september 1939, toen bij Olst een exemplaar zuidwestwaarts langs de IJssel trok en vervolgens Gelderland invloog. Nauwelijks twee jaar later is in Ardea te lezen over de trek in augustus en september 1939 van tientallen tot honderden Grote Sterns langs de kust van Harderwijk. Langs dezelfde kust zag A.A.Tjittes ook in augustus 1940 'veel' Grote Sterns. Dat de soort al veel eerder in de provincie moet hebben rondgevlogen, wordt gesterkt door waarnemingen zoals uit 1929: op 14 september was C.G.B. ten Kate getuige van massale doortrek langs Kampereiland. Van zonsopgang tot in demiddag passeerden toen duizenden vogels.
Vanaf 1956 werden een aantal eilandjes, nét in Flevoland gelegen, in het Veluwemeer bezet gehouden door een wisselend aantal broedparen tot in ieder geval 1964. Na 1964 verdween de Grote Stern weer als broevogel van het Veluwemeer. De vroegste in het jaar is de adult zomerkleed van 12 april 1985 bij het zandgat bij IJzendoorn. De laatsten twee, adulten, lieten 1 oktober 2005 de IJssel bij Dieren achter zich en verdwenen noordwestelijk de Veluwe op.

Broedvogels
Vanaf begin 1954, ten tijde van de ontwikkeling van Flevoland, werden een aantal eilandjes aangelegd in het Veluwemeer-Noord (drie; thans Drontermeer) en Veluwemeer-Zuid (vier). Deze eilandjes liggen allen nét in Flevoland, de provinciegrens ligt er soms pal oostelijk langs. In 1955 vestigden zich op drie eilandjes Grote Sterns, maar verder dan een vermoeden van broeden kwam men in dat jaar niet. Het jaar er op lagen op de eilandjes in totaal 34 nesten, welk aantal in 1957 verdriedubbelde naar 94: 90 nesten op twee eilandjes in Noord en vier nesten op een eiland in Zuid. Tot in ieder geval 1964 werd op deze eilandjes gebroed. Of de Grote Stern in die tijd daadwerkelijk ook in Gelderland heeft gebroed wordt nog uitgezocht.

Niet-broedvogels
De Grote Stern is in Gelderland waargenomen in alle maanden van april tot en met oktober. Voordat Flevoland werd aangelegd, was de Grote Stern een regelmatige verschijning langs de Zuiderzeekust. In mei en juli 1939 werden geregeld enkele vogels gezien langs het IJselmeer van Harderwijk tot Amsterdam. De voorjaarstrek, van begin april tot eind mei was beduidend rustiger dan de najaarstrek van eind juni tot in oktober, die over de Zuiderzee, zoals hierboven beschreven, soms massaal kon zijn. Vaak namen in de eerste twee weken van augustus de aantallen toe, om vervolgens langzaam weer te zakken. Maar ook in september vond soms flinke doortrek plaats. Men vermoedde toen dat deze vogels de IJsselmeerkust westwaarts volgden en later gedeeltelijk langs het Noordzeekanaal naar zee trokken. Na de aanleg van Flevoland nam de Grote Stern in Gelderland flink af: sinds de jaren zeventig is het een onregelmatige gast die niet elk jaar wordt gezien.

Een flink aantal waarnemingen sinds 1980 lijkt te bestaan uit vogels die via het IJsseldal noord- of zuidwaarts trekken. Bij Arnhem wordt langs het Pannerdens Kanaal de sprong verder zuidwaarts naar de Waal gemaakt, vanwaar de doorsteek naar het Maasdal volgt. Eveneens een groot aantal waarnemingen, zoals boven de Lek bij Culemborg of de Waal bij Zaltbommel, betreft sterns die de Nederrijn, Waal of Maas westwaarts volgen. Deze vogels zouden afkomstig kunnen zijn van de IJsselroute, waarbij ze tussen Arnhem-Nijmegen dan naar het westen zijn afgebogen. Er zijn echter ook waarnemingen bekend van vogels die het rivieren-gebied verlieten en over land verder trokken, zoals de twee adult die op 1 oktober 2005 de IJssel bij Dieren verlieten en WNW-waarts de Veluwe op vlogen en de drie op 21 april 2014 bij Zutphen die noordooselijk het binnenland introkken. Ook van de Dwergstern is bekend dat deze 's nachts over de Veluwe trekt. Op 9 juli 2015 verbleef de gehele dag een adult op het Hilgelo bij Winterswijk, mogelijk de eerste waarneming van deze soort in de Achterhoek.
Grote Stern, 't Hilgelo, Winterswijk, 9 juli 2015 (©Guido Verhoef)
Dankwoord
Graag dank ik Guido Verhoef en Tom van den Berge hartelijk voor het mogen gebruiken van hun foto's

(tekst: Remco Wester, 11 augustus 2015)

referenties
waarneming.nl - Gelderland - Grote Stern
archief vwg Arnhem, 
archief VBW Noord-Veluwe.


WAARNEMINGEN EN INFORMATIE GEZOCHT
Heeft u nog een Grote Stern in Gelderland ergens in een notitieboekje staan, of heeft u weet van mogelijk nog onbekende waarneming(en)? 
Alle informatie, beeldmateriaal of documentatie over deze soort is zeer welkom! Deze kunt u, evenals opmerkingen of vragen, mailen aan: avifaunavangelderland@gmail.com.
____________________________________
Bezoek ook eens de website Avifauna van Gelderland 

dinsdag 14 juli 2015

Draaihals ook in 2015 succesvol broedend op de Veluwe

Minimaal vijftien territoria in Gelderland dit jaar
Draaihals, man zingend, Deelerwoud, Arnhem, 30 mei 2014
Remco Wester)
Na een intensieve speurtocht kon ook in 2015 op het Deelerwoud een nest van de Draaihals worden gevonden. Minimaal vier jongen vlogen uit. Een eerste uitwerking van beschikbare waarnemingen volgens de Sovontelrichtlijnen en criteria, levert dit jaar minimaal vijftien territoria op. Juiste interpretatie van de waarnemingen kan echter zeer lastig zijn.

Doortrekkers
Het dode raamslachtoffer van 23 maart 1999 in de Nijmeegse wijk Altrade staat in waarneming.nl nog altijd met stip op één als de vroegste in het jaar ooit. De op één na vroegste ging 30 maart 2012 in Velp op de foto. De Draaihals die 30 maart dit jaar zowel gehoord als gezien werd op het Nieuw Reemsterveld op de Hoge Veluwe, had dus gedeeld tweede kunnen staan. Echter omdat bij vroege en eerste gevallen ‘bewijs’ een vereiste is bij waarneming.nl, en deze ontbreekt, voorzag de waarnemer zijn vogel van een vraagteken. Het is goed mogelijk dat uit (historische) archieven terzijnertijd meer zeer vroege Draaihalzen zullen opduiken: de waarnemingen in waarneming.nl zijn slechts een fractie van wat onder andere is gepubliceerd.
Tot en met 30 april, begin van de Sovon-datumgrenzen (30 apr-31 juli), vond ook buiten geschikte broedgebieden doortrek plaats, zoals op de 30e onder andere bij Olburgen (Bronckhorst) en Alem (Maasdriel). Na de 30e komen vrijwel alle meldingen uit potentiële broedgebieden. De waarneming van 12 juni in het grote weilandencomplex Bredelaarse Zeeg bij Bergerden (ten Z van Arnhem) Huissen valt dan ook behoorlijk buiten de toon.

Broedvogels
De eerste zingende Draaihals werd 10 april genoteerd nabij Kootwijk. Reeds de volgende dag volgden meldingen met zang in het gebied Deelerwoud./Terlet. Volgens de telrichtlijnen van Sovon (zie http://wqd.nl/draaihals) zijn in 2015 minimaal vijftien territoria in Gelderland vast te stellen. Deze liggen voornamelijk op de (Hoge) Veluwe en in de Achterhoek. Het gaat om vijftien aparte gebieden, met binnen de datumgrenzen waarnemingen van een zingend exemplaar. Daarnaast zijn er een drietal gebieden met een eenmalige waarneming zonder territoriale aanwijzing binnen de datumgrenzen.

Het interpreteren kan, zeker in een groter gebied met meerdere waarnemingen, zonder gedetailleerde informatie een zeer lastige opgave zijn. Er zijn meerdere factoren, die ook nog eens jaarlijks kunnen variëren, waar rekening mee gehouden moet worden. Denk aan weersinvloed (op beschikbaarheid) voedselaanbod, nestgelegenheid en -concurrentie, ongepaarde vogels, recreatiedruk, aanbod vrouwtjes, enz. Het is dan ook spijtig dat bij waarnemingen vaak de detailinformatie achterwege wordt gelaten. Zo kunnen Draaihalzen in de 'vestigingsperiode' grote afstanden afleggen tussen twee zangposten. Sovon wijst hier bij de telrichtlijnen ook op. Hoe lang deze periode duurt, en of deze variabel is, is echter onduidelijk, onderzoek er naar ontbreekt. Ze zou zelfs kunnen doorlopen tot aan een nest wordt begonnen. Op het Deelerwoud werd in 2014 een paar keer een verplaatsing in korte tijd van meer dan 1,2 kilometer waargenomen, oplopend tot 1,8km. Met de fusieafstand van 500 meter die Sovon hanteert, zou dit op het Deelerwoud tot zeker twee, mogelijk zelfs drie territoria kunnen leiden. Een uitwerking van de beschikbare informatie lijkt nu op mogelijk twee territoria te wijzen, het zou evengoed ook om een zeer mobiel paar zou kunnen gaan.

Een enkele keer meldde men twee vogels bij elkaar, soms tegen elkaar in zingend, waarbij men aan twee mannetjes dacht. Maar zowel man als vrouw zingen, en doen dit ook in duet. De zangposten op het Deelerwoud lagen ook in 2015 redelijk uit elkaar. Hierbij moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat man en vrouw in aanloop naar het broedproces ieder een eigen gebied bezet kunnen houden. Helaas werden, evenals vorig jaar, in 2015 geen simultaantellingen gehouden, zodat effectieve uitsluitende waarnemingen niet aanwezig zijn.

Het is mij onbekend hoeveel territoria dit jaar bij Sovon bekend zijn via broedvogelonderzoek. Wel lijkt er een (zeer)lichte toename van de soort in Gelderland te bespreuren.
De intensieve zoektocht in 2015 naar de Draaihals op het Deelerwoud leidde langs zeker zes holen, verspreid over het gebied, voordat begin juni de uiteindelijke echte nestholte werd gevonden. Op 12 juni begonnen de ouders met voeren en op 1 juli vlogen er drie jongen uit. Minimaal één jong zat toen op het nest. Zeker vier jongen vlogen dit jaar dus uit, evenveel als vorig jaar bij het gevonden nest. Groot verschil is dat ze dit jaar liefst 18 dagen vroeger uitvlogen: in 2014 verlieten de eerste jongen 18 juli het nest...

(tekst: Remco Wester, 14 juli 2015)
bronnen: waarneming.nl, sovon.

Foto: zang was soms tot laat in de avond te horen, Deelerwoud, 30 mei 2014 Remco Wester


WAARNEMINGEN EN INFORMATIE GEZOCHT
Heeft u nog een Draaihals in Gelderland ergens in een notitieboekje staan, of heeft u weet van een mogelijk nog onbekende waarneming dit jaar?
Alle informatie, beeldmateriaal of documentatie over deze soort is zeer welkom! Deze kunt u, evenals opmerkingen of vragen, mailen aan: avifaunavangelderland@gmail.com.
____________________________________
Bezoek ook eens de website Avifauna van Gelderland

vrijdag 26 juni 2015

Kleine Trap Polder Arkemheen 23 - 28 januari 2015: 8e geval aanvaard

Provincie Gelderland lijkt magneet voor deze dwaalgast 
Kleine Trap, adult vrouw, Polder Arkemheen, Nijkerk, 23 januari 2015
Hanno Steenbergen/Waarneming.nl)
Door het positieve CDNA-besluit op 23 juni j.l. is de Kleine Trap van Polder Arkemheen bij Nijkerk in januari 2015 te noteren als het achtste aanvaarde geval voor Gelderland. Van de acht was dit vrouwtje met haar verblijf van 23 tot en met 28 januari gelijk de langst pleisterende in de provincie. Op waarneming.nl wordt de trap overigens ook de 29e nog gemeld. Grappig detail is dat de enige andere vogel die langer dan een dag bleef, 19 en 20 januari 1986, óók in Arkemheen zat. Op één na werden alle Nederlandse gevallen vóór 1983 geschoten en opgenomen in (privé)collecties. Ook de eerste vijf van Gelderland waren dat lot beschoren.

Waarnemingen Gelderland
De Kleine Trap, een beoordeelsoort, werd door de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA) tot en met februari 2015 voor Nederland 46 keer aanvaard. Met alleen Noord-Holland boven zich (negen), blijkt Gelderland met acht gevallen een ware magneet voor de soort: 
28 december 1853 (Elburg), 19 november 1884 (Arnhem), 12 december 1901 (Doesburg), 7 december 1910 (Dinxperlo), 10 december 1914 (Elspeet), 19-20 januari 1986 (Polder Arkemheen), 3 september 2011 (Otterlosche Zand) en in 2015 de recent aanvaarde van Nijkerk. Een ontoereikende documentatie resulteerde in afwijzing door de CDNA van twee vogels op 9 februari 2003 bij Heelsum.
Inclusief de niet aanvaarde Trap uit 1901 (zie onder) gaat het om vijf vrouwen en vier mannen, verdeeld over de maanden september (1), november (1), december (5) en januari (2).

Bij de grote herziening der Nederlandse Lijst in 1996 werd van een aantal soorten bepaald dat gevallen er van vóór 1980 niet zouden worden herzien. Ook de Kleine Trap viel hier onder. Het is dan ook opmerkelijk dat een aantal waarnemingen in de net verschenen Avifauna van Nederland deel 1 niet meer vermeld worden. Blijkbaar waren er toch enige criteria tijdens het samenstellen. Er is geen officiële publicatie te vinden, die een verklaring geeft welke ciriteria zijn gebruikt bij behoud, of afwijzing van soms gelijkwaardige gevallen. Één zo'n afgevoerd geval is de man die op 23 december 1901 werd geschoten tussen Silvolde en Aalten en in de collectie terecht kwam van W. Warnsinck, een der belangrijkste vogelverzamelaars van Gelderland. Waar deze Trap daarna terecht kwam is onduidelijk en zou reden voor afwijzing kunnen zijn. Maar ook van de Kleine Trappen van december 1901 (Doesburg) en november 1884 (Arnhem) uit de collectie van mr. J.G. Wurfbain is geen documentatie of bewijs meer, nadat de vogels aan het begin van de oorlog, in oktober 1940 met de rest van de collectie in vlammen op waren gegaan..

(tekst: Remco Wester, 26 juni 2015)
De fraaie foto is van Hanno Steenbergen, gemaakt tijdens zijn ontdekking van de Kleine Trap op 23 januari 2015 in Polder Arkemheen (bron: waarneming.nl)

Webreferenties
Waarneming.nl - Gelderland - Kleine Trap


WAARNEMINGEN EN INFORMATIE GEZOCHT
Heeft u nog een Kleine Trap in Gelderland ergens in een notitieboekje staan, of heeft u weet van een mogelijk nog onbekende waarneming? 
Alle informatie, beeldmateriaal of documentatie over deze soort is zeer welkom! Deze kunt u, evenals opmerkingen of vragen, mailen aan: avifaunavangelderland@gmail.com.
____________________________________
Bezoek ook eens de website Avifauna van Gelderland 

donderdag 25 juni 2015

ROZE SPREEUW BARNEVELD DOOD

Roze Spreeuw, eerste zomerkleed, Engelsestadweg, Barneveld,
24 juni 2015 (©Alex Bos)
Vanochtend, 25 juni 2015, is de Roze Spreeuw van Barneveld helaas dood aangetroffen op het erf van de bewoners waar de spreeuw in een schuur overnachtte.

Na zijn ontdekking op 17 juni werd regelmatig door waarnemers geconstateerd dat deze Gelderse dwaalgast geen fitte indruk maakte. Zo werd meerdere keren gezien hoe de spreeuw in het vrije veld indutte en met gesloten ogen een tijd stil zat, om daarna weer verder te foerageren. 
De Roze Spreeuw zal naar het Naturalis Biodiversity Center in Leiden worden gestuurd ter opname in hun collectie. Terzijnertijd zullen we ongetwijfeld meer te horen krijgen over o.a. het geslacht van de spreeuw nu is, en wat de doodsoorzaak zal zijn geweest.

Meer informatie over de Roze Spreeuw in Gelderland is te lezen op de Gelderse Avifauna-site http://wqd.nl/roze_spreeuw

vrijdag 19 juni 2015

Roze Spreeuw eindelijk twitchbaar in Gelderland!

vogel in eerste zomerkleed 18 juni 2015 ontdekt bij Barneveld
Roze Spreeuw, eerste zomerkleed, Engelsestadweg, Barneveld, 19 juni 2015 (©Lubbert Spaansen)
Via de whatsapp-groep Noord-Veluwe Alerts meldde Paul Klaassen aan het begin van de avond op 18 juni een Roze Spreeuw bij Barneveld, die was ontdekt door een bekende van hem, Jan Dirk Pater. Paul plaatst ook een foto van een fraai exemplaar in roze pakje, gekiekt met een mobieltje vanuit de auto. Jan Dirk vroeg aan Paul deze ontdekking verder te verspreiden. Een zoektocht diezelfde avond levert niets op, maar de volgende ochtend wordt de Roze Spreeuw weer aangetroffen op de oude locatie langs de Engelsestadweg. Enkele tientallen vogelaars bezoeken vervolgens deze eerste twitchbare dwaalgast voor Gelderland. Soms liet de erg makke vogel zich van zeer dichtbij bekijken: een waarnemer trof de spreeuw eenmaal op zo'n afstand van 40 centimeter op ooghoogte aan. De Roze Spreeuw werd tot en met 2002 beoordeeld door de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna. Vanaf 1 januari 2003 worden waarnemingen o.a. beoordeeld door waarneming.nl
Er zijn voor Gelderland vijf aanvaarde gevallen en één niet aanvaarde, en vijf niet beoordeelde meldingen.

Aanvaarde gevallen
De eerste Roze Spreeuw voor de provincie, en de derde voor Nederland, werd 20 september 1885 bij Harderwijk gevangen. Dit juveniele mannetje werd naar Artis in Amsterdam gebracht, waar deze tot zijn dood op 22 juli 1887 in gevangenschap leefde. De balg is opgenomen in de collectie van het Naturalis Biodiversity Center te Leiden. De tweede aanvaarde is een adulte man die op 28 juni 1971 bij Barlo, Aalten dood werd gevonden. En ook de derde werd bij Aalten aangetroffen, op 16 mei 1985 zag een waarnemer hier een adult zomerkleed man. Dan is het lange tijd stil, tot 5 oktober 2010. Op die dag verscheen op waarneming.nl ineens een fraaie plaat van een juveniel, gefotografeerd bij Appeltern, West Maas en Waal. De Roze Spreeuw in eerste zomerkleed bij Barneveld betreft dus het vijfde aanvaarde geval

Niet aanvaarde en overige waarnemingen
Een waarneming van een adult op 30 december 1977 bij Dinxperlo, Aalten werd bij de herziening van de Nederlandse Avifaunistische lijst in 1996 als niet langer aanvaardbaar geacht. Bij de Avifauna van Gelderland zijn tot heden vijf nog niet beoordeelde waarnemingen bekend. Hieronder zit een vangst van een juveniele man op 1 oktober 1886 bij Harderwijk, die onlangs uit de literatuur werd opgediept en ondertussen alsnog bij de CDNA ter beoordeling is ingediend. Andere waarnemingen waarvan de details nog worden uitgezocht betreffen de meldingen op 16 mei 1971 bij Heerewaarden, Maasdriel (in Avifauna Wageningen), een adult begin jaren 80 bij een tuinvijver in Epse (door de kinderen van Coldewey) en op 6 november 2003 een juveniel langs de telpost in de Blauwe Kamer, Wageningen (op Trektellen.nl). Een laatste waarneming van mogelijk deze soort werd 30 mei 2015 gemeld in de Ooijpolder, een op waarneming.nl toegevoegde foto is nog onderwerp van discussie.
Roze Spreeuw, eerste zomerkleed, Engelsestadweg, Barneveld, 21 juni 2015 (©Bart van Hoogstraten)

Dankwoord
De fraaie foto's bij dit stuk werden gemaakt door Lubbert Spaansen en Bart van Hoogstraten, waarvoor dank!

(tekst Remco Wester, 19 juni 2015)

WAARNEMINGEN EN INFORMATIE GEZOCHT
Heeft u nog een Roze Spreeuw in Gelderland in uw notitieboekje staan, of heeft u weet van een mogelijk nog onbekende waarneming? 
Alle informatie, foto's of documentatie over deze soort in Gelderland is meer dan welkom! Deze informatie, of eventuele vragen kunt u mailen: avifaunavangelderland@gmail.com.
____________________________________
Bezoek ook eens de website Avifauna van Gelderland